Liefste ministertjes

Column






Liefste ministertjes,


Zo bijzonder lief dat jullie ons, schlemielige tweevoeters met beperkte hersencapaciteit, terug wat meer verantwoordelijkheid willen geven. Het getuigt van veel vertrouwen in onze lagere soort, zoveel dat ik er bijna van ga blozen.


Want eerlijk, ik weet niet of ik dat waard ben en of ik zoveel verantwoordelijkheid over mezelf aankan. Jullie duidelijke en rechtvaardige regels over wat ik wel en niet mocht betreffende de nabijheid, aanraking en inhalatie van mijn medemens waren de voorbije 15 maanden als een warme bedding, een weten van: oef, er wordt voor mij gezorgd! Ik ben nooit alleen, want mijn overheid waakt over mij! Dat gevoel, die intense liefde en zorgzaamheid die ik al die tijd van jullie heb voelen uitgaan, is ontroerend en hartverwarmend. Ik zal dat nooit vergeten.


Maar eerlijk, ik vrees dus dat ik jullie niet waard ben. En dat die expertjes met hun strakke gezichtjes en donkere oogjes gelijk hebben, dat het te vroeg is om onze teugels los te laten. Ik vrees dat het altijd te vroeg zal zijn.


Al die maanden heb ik me namelijk niet bepaald aan jullie rechtvaardige regeltjes kunnen houden. Nochtans zaten ze zo ontzettend goed ineen, tot en met de uurregelingen toe waarop dat vermaledijde virusje kan toeslaan en wanneer het slaapt. Misschien was alles té logisch voor een slecht gesocialiseerd creatuur als ik.


Maar nu buig ik het hoofd, heb meelij!

Ik ben wildvreemden in de armen gevallen, heb hun adem daarbij tot diep in mijn lijf getrokken en heb genoten van wat ik in dat moment van verdwazing dan als warme menselijkheid ervoer. Ik heb intens met ze gelachen en gedanst en ze de hemel ingeprezen. Want je weet wat schaarse goederen doen met een mens, cf. het toiletpapier. Soms, heel soms zegden wij dan al eens lelijke dingen over jullie. Ongelooflijk. Nu in de heldere ochtend schaam ik me daar natuurlijk weer voor en ben ik dankbaar dat ik nog leef.


Want echt waar, lieve barmhartige overheid, het had heel anders kunnen aflopen met mij. Statistisch gezien had ik al lang onder de zoden moeten liggen. Moest ik al door 43 varianten van het monster zijn geveld. Of was mijn hele omgeving al uitgeroeid. Maar niks daarvan, geen druppel snot, geen kuchje of wat dan ook. Het schijnt dat lachen en plezier maken de natuurlijke immuniteit versterkt, maar ik weet zeker dat dat een complottheorie is en dat ik gewoon geluk heb gehad.


Dus lieve wijze bestuurdertjes, ik hoop dat deze publieke biecht jullie scherpe blik op mij mag versoepelen en dat jullie mijn dwalingen kunnen vergeven. Ik behoor maar tot de onderbouw van dit prachtige rijk en besef dat het succesvolle voortbestaan van ons mensenras volledig van jullie, de solide goedhartige bovenbouw, afhankelijk is. Dat jullie het weten scheppen vanuit een zone van wijsheid en kennis die voor ons totaal ontoegankelijk is. Daarom, dank u voor alles. Ik beloof dat ik vanaf nu mijn best zal doen.


Meer kan ik ook niet doen natuurlijk.

360 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven