De fabeltjesfuik van onze klassieke media

In een recent Knack-artikel* neemt Rien Emmery — die zichzelf zonder enige hoogmoed ook @ArbiterOfTweets noemt op Twitter — alweer eens de ‘tegenstroom’, ‘onderstroom’ of laten we maar zeggen ‘voorhoede’ op de korrel. De fixatie van hem en zijn collega’s op deze boeiende beweging begint stilaan obsessieve vormen aan te nemen, maar heeft natuurlijk een zeer voordelige bijwerking: steeds meer mensen worden door deze intensieve reclamecampagne geleid naar sprankelende nieuwe initiatieven als Solaris, Global Well, Tegenwind/Headwind, The Human Side, Vrijland, Samenzorg, enzovoort. Gratis marketing waar de VRT bij monde van De Afspraak de laatste tijd ook fervent aan meewerkt, en zelfs Lieven Scheire deed in zijn programma zijn vrijwillige duit in het zakje. Oscar Wilde wist het al: 'There is only one thing in life worse than being talked about, and that is not being talked about'.



Wellicht al meer dan een jaar zoeken journalisten naar woorden voor dat wat ze niet begrijpen: ze tasten naar zinnen, klampen zich vast aan uiterlijkheden en oppervlakkige feitjes, maar missen hierbij de essentie van deze wereldwijde zucht naar verandering, zien hiervan de ziel niet, leveren slechts oppervlakkige analyses omdat elke werkelijke inleving ontbreekt en slechts gebeurt vanuit subjectieve, ego-geïnspireerde projectie. De basisregel die elke journalist te horen krijgt in zijn opleiding: àlle partijen aan het woord laten en contacteren, ontbreekt hierbij compleet. Men schrijft over dat wat men niet kent en niet begrijpt, maar men zoekt evenmin toenadering of afstemming. Men blijft op afstand van het onderwerp — god mag weten waarom.


Ik heb natuurlijk wel een aantal ideetjes. De voorhoede die men zo graag ‘wappies’ noemt, maar eigenlijk neerkomt op de 2,5% innovators die bij elke grote maatschappelijke verandering pionierswerk verricht, werken op de zenuwen van reactionairen die houden van de status quo, niet zelden omdat ze verliefd zijn op de status die ze zelf momenteel innemen in het huidige systeem. Daarnaast heb je de deze actieve, bloeiende wildgroei van nieuwe ideeën en groepen, met trekkers die helemaal niet gebonden zijn aan hun huidige functie of maatschappelijke plek. Zij zijn vaak (hoog)gevoelige zielen die het verlangen naar ‘vrijheid’, ‘waarheid’, ‘rechtvaardigheid’ ten diepste voelen in hun wezen en bereid zijn hiervoor veel op te offeren, in de eerste plaats hun aanzien of ‘goede naam’ in de goegemeente. Dat steekt natuurlijk, voor zij die hier wel erg aan gehecht zijn en hun identiteit er grotendeels aan ontlenen.


DEHUMANISERING


Maar er is meer: de criticasters die zich opwerpen in de klassieke media bezondigen zich aan een belediging en ontmenselijking die streng veroordeeld zou worden mocht het andere (etnische) groepen van de samenleving betreffen. Er wordt niet bedachtzaam gepraat van mens tot mens, er wordt gestrooid met lege labels als ‘d*sinf*rmatie’, ‘c*mpl*tdenker’ en ‘ant*va*er’; elke kritische vragensteller of bescheiden medemens met andere visie wordt over éénzelfde kam geschoren; er is geen nuance en geen differentiatie. Men dehumaniseert, kijkt niet voorbij het label, ziet niet de mens achter het label, degradeert de andersdenkende tot een mensensoort die blijkbaar lager wordt geacht dan zichzelf. En dat is het grootste probleem van deze bittere polarisering, niet louter de ‘politieke incorrectheid’ van de labels, zoals Knack-hoofdredacteur Bert Bultinck eufemistisch in De Afspraak opwierp.


Hoewel Rien Emmery en zijn trawanten aldoor hameren op de zogezegde zelfgekozen segregatie van de nieuwe groeperingen, is er vaak die ene vraag die door onze gelederen zindert: hoe komen we in godsnaam weer tot verbinding? Hoe doorbreken we deze gruwelijke polarisatie in onze maatschappij? Hoe komen we weer tot mekaar en lijmen we de sociale brokstukken? In het discours van de narrativisten zie ik dat verlangen niet, ik zie enkel oordeel, de steeds weer bevestigde afscheiding, steeds opnieuw die honende discriminerende termen. Terwijl men de ander beschuldigt van segregatie, begrijpt men niet dat men die zelf in de hand heeft gewerkt met denigrerende terminologie, geschraagd door een pasjesmaatschappij die evenmin een warm welkom bood aan iédereen.


Het getuigt van weinig empathie als je niet begrijpt welke diepe littekens het bij mensen nalaat om maandenlang niet toegelaten te worden op vele plekken, wegens een medische keuze (die bij velen absoluut afgewogen, verstandig en te verdedigen was). Het verwondert me nog steeds dat zovelen die moord en brand schreeuwen bij andere sociale onrechtvaardigheid en ongelijkheid, hier zo ondraaglijk licht overgaan. We moeten gewoon doen alsof dit hoofdstuk er nooit geweest is, daar komt het eigenlijk op neer. Dan hoeft men het onrecht waar men zelf aan meegewerkt heeft, niet onder ogen te zien.


WEERSTAND TEGEN VERANDERING


Ik mis in het discours ook een overvleugelend inzicht, op de achterliggende grote bewegingen, die dit ontzettend uitdagende maar ook interessante tijdperk drijven. Daarvoor moet je natuurlijk loskomen van je ego, van je wonden en trauma’s, en met een zekere neutraliteit en afstand naar de huidige tendensen kijken. Rien Emmery trekt schertsend een parallel met de hippiecommunes of eco-villages, maar vergeet dat dergelijke voorhoedebewegingen die misschien eerst afgescheiden van de maatschappij ontstaan, uiteindelijk wel impact blijken te hebben op het middenveld en gebalanceerder geïntegreerd worden in de maatschappij.


Waarom dan geen geprikkelde interesse, die elke journalist zou moeten hebben? Een nieuwsgierige zucht naar wat anders is, in de marge groeit, onze samenleving van sprankels voorziet? Waarom wordt deze vernieuwingsdrang gezien als een bedreiging? Gaat het dan heden zo goed met onze wereld? De burn-outs en depressies swingen de pan uit, kinderen en jongeren staren het grootste deel van hun dag verslaafd naar een scherm, we zitten met en kankerepidemie die niet meer te overzien is, de vervuiling in ons voedsel en leefmilieu is alom, we vergaan van de drukte, de stress en de innerlijke leegte, en toch voelt een deel van het journaille zo’n weerstand tegen verandering? Tegen iniatieven die vurig ijveren voor meer bewustwording en een hervonden verbinding met onszelf, de ander en de natuur?


Hoe denken zij die halsstarrig vasthouden aan wat is, deze getroebleerde tijd te redden? Ik weet één ding: niet door elkaar te bestoken met holle containertermen die nog meer onmin en afstand creëren. Niet door gevoelige, zoekende pionierszielen in diskrediet te brengen en af te schilderen als extreemrechts, rabiate Poetinfans of 5G-fobici. Het zijn misleidende technieken die al twee jaar steevast gebruikt worden, maar nu steeds doorzichtiger worden, óók voor velen die eerst door C*vid-angst beneveld waren. Ik wil hier graag de hand reiken naar élke journalist die nog houdt van waarheid, die meent dat elke visie een waarde heeft, die zelf genoeg waardigheid voelt om zich niet meer te lenen tot dit oppervlakkige, dehumaniserende steekspel.


Deze tekst is een eerste stap. Ik verwacht niet dat hij met open armen ontvangen wordt, of zelfs niet dat hij ergens gepubliceerd wordt. Weet échter, beste collega’s-journalisten, dat wij wél met open armen klaarstaan om u op te vangen wanneer dit narratief definitief instort, u van geen hout pijlen meer weet te maken en diep verzinkt in een verlammende burn-out die zelfs de verafgode klassieke geneeskunde niet kan oplossen. Wij zullen klaarstaan, met alle liefde, wijsheid en kennis, die je niet vindt op de vertrouwde plekken waar je ondertussen al duizend keer rondjes hebt gedraaid. Er is een wereld buiten uw fabeltjesfuik, en je hebt geen idee hoe mooi en boeiend die is.


Welkom!

232 weergaven1 opmerking

Recente blogposts

Alles weergeven