Over een slang en een stilte die snijdt



Ik zie mensen, goede mensen, vechten voor rechten, voor jou en mij.


Ik zie mensen, goede mensen, treuren om verdriet, van jou en mij.


Ik zie hun goedheid, en tegelijk hun blindheid.


Of zal ik het met liefde onwetendheid noemen?


Want waarom vochten ze niet voor ons, toen we om een medische keuze terzijde werden geschoven, zomaar?


Waarom voelden ze niet ons verdriet, en dat van onze kinderen? Waarom zien ze niet onze littekens, tot diep in onze ziel?


Waarom hollen ze maar door, op doodnormale menselijke wijze, terwijl wij in een soort van immer stilstand zijn beland?


Een kijken naar wat was en nu is, en weten dat het nooit meer wordt als voorheen, nooit meer zal voelen als voorheen, nimmer meer vanzelfsprekend wordt.


Een breuklijn van wantrouwen die doorheen de mensheid loopt, en wij zwijgen.


Wij verwerken niet collectief. Wij dekken toe, schuiven voorzichtig weer her en der aan, en danken de hemel dat er weer een zweem van normaliteit is.


Maar wat toegedekt wordt, blijft etteren. Onderhuids broeit heel wat.


Een wereld die tot heling wil komen moet spreken.


Wanneer breekt de etterbuil open? Wanneer mag ook de oorlog in en tussen onszelf gezien worden, gezalfd worden, woorden krijgen?


Vergis je niet: ik zie ook de rijkdom. Ik zie een heerlijk etherisch wezen dat heel bleef, ondanks alle tegenwind. Ik zie de verbinding en ik zie de eindeloze mogelijkheden.


Maar ik zie ook het grote gapende zwijgen. Als een giftige slang die zich sidderend en sluipend een weg slingert door onze collectieve gelederen.


Hoe zullen wij hiervan helen? Wie durft te benoemen en te kijken? Wie heeft de moed?




386 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven