Dat virus is een wonderlijk ding

Gisteren ging ik met mijn zoon een spaghetti eten in Gent om het einde van het schooljaar te vieren, een schooljaar dat uitblonk in, laat ons eerlijk zijn, het opleggen van ongezien logische en menslievende regels, perfect uitgekiend door de hoogsten in onze samenleving, zij die zich terecht de titel van ‘expert’ mogen aanmeten. Bij wijze van dank wilden we klinken op hen allen die dit jaar zo goed voor ons en in het bijzonder voor onze jeugd hebben gezorgd.



‘Zoon, laten we niet de grootste spaghetti kiezen, zodat we nog plaats hebben voor een dessertje.’ Twee spaghetti’s met twee bergen kaas later kozen we er uiteindelijk voor nog een ijsje te delen. ‘Ober, een coupe bresilienne met twee lepeltjes aub.’ ‘Ah sorry mevrouw, we geven geen desserts momenteel… door corona… we houden onze kaart beperkt.’


Ik kijk naar mijn zoon en lees het wel-willen-maar-niet-kunnen-begrijpen in zijn ogen, al kan het ook een reflectie zijn van mezelf. ‘Vreemde keuze meneer…’ Ik vergat te vragen waarom, maar eigenlijk weten we dit natuurlijk wel. ‘Zoon’, zeg ik, ‘dat virus is een wonderlijk ding. Vernuftig, je hebt er geen gedacht van. Kijk, het kruipt vooral op mensen met overgewicht. Als restaurants stoppen met desserts geven, betekent dat ook dat ze het virus eigenlijk vragen: ‘virus, blijf aan de deur! Wij serveren hier enkel gezonde spaghetti en gezonde bergen kaas, geen zondige coupes met dikke bollen ijs en gekarameliseerde noten. Dus, ge kunt hier niks komen zoeken. Zoon, ik vind dit eigenlijk fenomenaal goed gezien. Kom, we zijn weg. En zet je masker op, want je weet, het virus zit je achterna als je benen bewegen en niet als ze stil onder tafel hangen.’


‘Zoon’, zeg ik, ‘dat virus is een wonderlijk ding. Vernuftig, je hebt er geen gedacht van.'

Op de Korenmarkt zien we nog wat volk uit de Albert Heijn wandelen. ‘Kijk zoon, als je wil, kunnen we daar nog een dessertje halen.’ Door mij genetisch belast in die dingen, knikt hij gretig. ‘Een kleintje’, zeg ik in de hoop op een epigenetische bijsturing, ‘maar wel iets met chocolade’, er zijn grenzen aan die bijsturing.

Met vier vrije handen, ruim voldoende - dachten we - voor één pakje chocolade, begeven we ons naar binnen. Een gemaskerde jongeman bij de ingang houdt ons tegen. ‘Excuseer, willen jullie een karretje nemen aub?’ Hij wijst naar een stapel blauwe plastieken manden op wielen en met een trekhaak. ‘Waarom?’ vraag ik. ‘Coronamaatregel,’ zegt hij. ‘Ah ja, natuurlijk!’, roep ik begrijpend. Ik neem zo’n rijdende mand en trek ze achter me aan.


‘Zou dat die gast zijn enige taak zijn?’ wil mijn zoon weten. ‘Ik denk het wel, zoon. Maar vergis je niet, die kerel vervult een levensnoodzakelijke functie met een immense verantwoordelijkheid. Corona ligt immers overal op de loer, achter elke pot appelmoes of rol wc-papier. Wetenschappelijk onderzoek heeft ongetwijfeld aangetoond dat dat virus niet houdt van het schurende geluid van die plastieken wielen over stenen vloertegels. Dus als wij allen een kar nemen, zal dat virus ons niet zo snel uitkiezen als gastheer. Anders moet het de hele tijd zijn vingers in zijn oren duwen en intussen nog zijn dodelijke verkoudheden in het rond strooien. Dat kan niet, daar heeft het zijn handen dan niet voor vrij. Dus door die kar te nemen, verhinderen wij het virus zijn werk te doen.’


Corona ligt immers overal op de loer, achter elke pot appelmoes of rol wc-papier.

Ik hou mijn karretje goed vast en laat die wieltjes wat extra snerpend over de tegels schrapen. Bij de chocoladerij kiest mijn zoon voor een pakje Snickers, van vier. Hij legt het eenzaam in de diepe mand. Bij de kassa nemen we noodgedwongen afscheid van de kar, waarna we het erop wagen om enkel met het pakje Snickers in de hand naar buiten te lopen. Tot op vandaag hebben we geen symptomen.


Maar zo kwam dus een einde aan een prachtige avond. Mijn zoon nam alvast een Snickers en ik liep goedgemutst aan zijn zijde. ‘Zoon, nooit had ik kunnen bevroeden dat er zoveel slimheid in het mensdom zat. Dat wijsheid zo almachtig kon zijn dat niemand ze nog in vraag durfde te stellen. Dat regels zo helder, doordacht en onweerlegbaar konden zijn dat het niet meer dan logisch is dat overtreding ervan tot de hoogste boetes leidt. Zoon, het is een ontroerende, bevrijdende en verheffende wereld. Mag ik die andere 3 Snickers?’

524 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven