Beam me up, Scotty

Heer, heb meelij met de man voor mij bij de kassa van het tankstation. Zonder muilkorf op pad, had hij het toch aangedurfd om het winkeltje binnen te sluipen voor een pakje sigaretten, evenwel met zo’n ondraaglijke sociale schaamte dat hij zijn zwarte trui tot boven zijn neus trok, hoofd en schouders voorovergebogen.



Nog liever snoof hij de geur van zijn oksels op dan dat hij de oordelende blik van de gemaskerde corpulente man achter het dubbele glas frontaal in het onbeschermde blote gezicht moest verdragen. De stoere man in het zwart verschrompelde tot een jongetje dat van bankovervallertje wou spelen, maar dat dat bij nader inzien toch wel een ietsiepietsie te gewaagd spelletje vond en zich maar liever meteen door de politieagent liet inrekenen. Trampelend op zijn beentjes hield hij met een krachtig linkervuistje zijn pullover-masker stevig in positie. Afzakken nu zou de dood betekenen!


Maar wat een pechdag. Het textiel bleef dan wel op zijn plaats, toch kreeg hij van de man achter het glas een luide en duidelijke uitbrander. ‘Ik mag u hier eigenlijk niet binnenlaten!’ De omvangrijke verkoper tegen pensioenleeftijd kon het zichtbare genot dat hem met deze machtsrol te beurt viel moeilijk verbergen. Een nieuwe levenszin leek hem te overvallen dankzij dit bibberende overvallertje dat intussen bijna tot aan zijn eigen navel snoof. Gedaan met een leven zonder zeggenschap op zijn vierkante halve meter in het tankstation. De tijd van een waardevolle bijdrage leveren aan de samenleving was aangebroken. Hij wist dat in een regime als dit mensen als hij van levensbelang waren.


Er moeten toch andere mensenvolkeren te vinden zijn op Aarde?

‘Sorry, sorry, sorry’, murmelde het gebochelde bankovervallertje, ‘ik heb echt niks anders bij’. Zijn hoofd zakte nog dieper tussen zijn schouders. Hij betaalde zo snel mogelijk en met rood voorhoofd boven zijn lange trui sloop hij naar de uitgang, als een dief in de donkere, eenzame nacht.


Zoals gewoonlijk intussen kon ik bij het aanschouwen van dit tafereel niet kiezen tussen lachen en huilen. Ik bedacht dat ik ineens zin kreeg om antropologie te gaan studeren. Als een vorm van zoeken naar hoop. Er moeten toch andere mensenvolkeren te vinden zijn op Aarde? Er moet toch iets meer zijn, in de man, in de mens, in de levende materie?


Beam me up, Scotty.

76 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven