Zoals dat gaat in een oorlog

Dit is Jules Van Liefferinge. Jules is mijn grootoom, de broer van mijn grootvader. Jules werd slechts 22 jaar. Hij sneuvelde in 1914. Zo noemt men dat, hij sneuvelde. Het klinkt bijna verzachtend, alsof het niet anders kon. Alsof hij gewoon pech heeft gehad. Want zo gaat dat in een oorlog. Je doet het voor een ander en laat je er je eigen leven bij, heb je pech.


Net zoals zovele jonge mannen uit zijn tijd had Jules geen keus. De politiek speelde schaak en zette de pionnen strategisch op het bord. Een massa jonge, gezonde mannen op de eerste linie. Ze moesten enkel bevelen opvolgen, schieten en kogels opvangen. De schaakspelers zelf, de Belgische regering, vluchtten in september 1914 naar Frankrijk en de koning verschool zich in een afgeschermde villa tot het einde van de oorlog.


Jules schreef brieven naar huis. Die zijn bewaard gebleven in een sigarenkistje, dat mijn vader al lang geleden aan mij doorgaf. Ik nam het gisteren nog eens ter hand en las nog eens alle brieven door. ‘Beminde ouders, zuster en broeders’, zo begon hij elke brief, ‘ik verkeer nog steeds in de allerbeste gezondheid, het kan niet beter zijn’, schreef hij dan. ‘Ik ben nog niet geblesseerd, dus maakt u niet ongerust’. De eerste twee maanden schreef Jules dat het wellicht allemaal niet lang zou duren en dat hij alles wel zou vertellen als hij thuiskwam. Wel schreef hij dat het daar ‘een ongelukkig leven’ was. ‘Er wordt soms dagen en nachten aan een stuk geschoten, van de dinsdag tot de zondag’. ‘Bij die veldslagen blijft er niets rechtstaan en we hebben ook al heel veel van onze mannen moeten afgeven’. ‘Het is droevig, ge moet u laten vermassacreren, en ge weet niet waarvoor’. Hij zou later alles vertellen, maar ‘ze konden zich wel indenken dat het er geen kermis was’. Voor nu hield hij het er steevast op dat hij gezond was. Na twee maanden schreef hij dat ‘niemand wist hoelang dit zou duren of waar ze naartoe zouden gaan’.


Jules bleef niet lang gezond. Bij de Slag om de IJzer, op 27 oktober 1914, werd hij door een kogel in zijn lies geraakt. Hij stierf aan zijn verwondingen in het hospitaal van Rosendael. In zijn laatste brief schreef hij naar zijn ouders hoe moeilijk het was om hem te bereiken, want niemand wist waar ze aan toe waren of waarheen ze zouden gaan. Zijn allerlaatste zin, op 12 oktober 1914, was deze: ‘Waar gij ook naartoe schrijft, wij zijn er altijd al weg’.

En weg was hij, voorgoed.


Mijn overgrootouders verloren hun jongste kind. Een gezonde jongeman, die luisterde naar de bevelen van zijn overheid. Hij werd ‘opgeroepen’, hij ging. Hij deed wat van hem verwacht werd. Hij sneuvelde. ‘Mort pour la patrie’, staat op zijn soldatengraf in Duinkerke in Noord-Frankrijk. Bij de inventaris van zijn bezittingen, die later naar zijn huis werden teruggestuurd, zat naast een geldbeugel, een schapulier en een naamplaatje, ook een medaille. Daarmee moesten ze het doen. En met de herinnering aan de zachtmoedige man die hij was en de nietsontziende hardheid van een staat in oorlog.


Nooit meer oorlog, juist? Vandaag roept onze liberale democratische premier op tot verdeeldheid en haat. ‘Niemand heeft het recht een ander in gevaar te brengen’, zegt hij. Hij doelt daarmee op de mensen die zich niet willen laten inspuiten om hun zogenaamde vrijheid zogenaamd terug te krijgen. Zij zijn de egoïsten en het gevaar. De overheid roept zijn burgers op, mannen, vrouwen én kinderen deze keer, om ten strijde te trekken tegen het vijandelijke virus. Er is maar één weg daarnaartoe, iedereen aan de spuit. Er is geen keuze, er worden geen opties geboden, al zijn die er in overvloed en al zijn er enorm veel wetenschappelijke twijfels. Er is dwang. De meeste mensen luisteren, doen wat gevraagd wordt. Net als Jules.


De ‘egoïsten’, zij die de anderen ‘in gevaar brengen’, waarschuwen voor een massacre als gevolg van dit beleid, een veldslag waarbij niet veel recht blijft staan. De schadelijke effecten van de gedwongen optie zijn nu al overduidelijk en dat zal in de (nabije) toekomst mogelijks veel erger worden.


Er is een overheid die zijn burgers geen keuze laat, omdat het schaakspel zo wordt gespeeld. Zij zetten de pionnen uit. Maar velen van hen, politici, diplomaten,… zijn zelf vrijgesteld van de injectie en het paspoort. Er zijn andermaal strategische linies.

Wie brengt hier wie in gevaar?


Wie weet hoe lang dit gaat duren of waar dit naartoe gaat? Het was de vraag van Jules. Er wordt verwarring gezaaid over de toekomst en het heden, net als in een zichtbaardere oorlog. We worden voorgehouden dat het bijna voorbij is nu. Als we flink luisteren, natuurlijk. Anders worden we gestigmatiseerd en wordt tot haat opgeroepen binnen de eigen bevolking. We moeten gewoon één oorlog verder kijken om te weten waartoe dat kan leiden.


Jules’ laatste zin, ‘waar gij ook naartoe schrijft, wij zijn er altijd al weg’, wil ik hier graag tot de overheid richten.


Beste overheid, waar gij uw strategische dwangmaatregelen ook naartoe richt, er is een deel van de bevolking dat altijd al weg zal zijn. Dat deze nooit zal ontvangen. Dat zich nooit zal plooien naar onzuivere, onethische en ontmenselijkende regels. Dat leugens zal blootleggen. Er is een deel van de bevolking dat haar medeburgers wil wijzen op het gevaar van een dwingende, nietsontziende overheid.

In de tijd van Jules was alles duidelijker. Vandaag is er geen zichtbaar ministerie van Oorlog, er is geen zichtbare vijand. Er is wel manipulatie en propaganda om via vingerwijzing een vijand te creëren, van bovenuit, zoals dat altijd gaat in een oorlog. Slachtoffers van het beleid krijgen deze keer geen eretekens, noch de vermelding dat ze zijn ‘gestorven voor het vaderland’. Ze verdwijnen gewoon, de vragen mogen niet worden gesteld. Ei zo na ‘sneuvelde’ ook mijn broer deze zomer. Hij komt er voorlopig vanaf met slagen en verwondingen, levenslang hartpatiënt.


Het verdriet om het verlies van een kind, een familielid, als gevolg van een dwingend overheidsbeleid is even groot nu als toen. Met dit verschil dat vandaag niemand de verantwoordelijkheid hiervoor wil opnemen. Het is je eigen keuze, weliswaar onder dwang. Misschien zal het verdriet bij slachtoffers of hun nabestaanden ooit groter worden, als alle onduidelijkheden duidelijk worden.


Lieve Jules, grootoom, ik heb je niet gekend, maar ik eer je via deze post om wie je was en wat je hebt gedaan. Ik zal het onrecht blijven openbaren en jou daarmee een stukje gerechtigheid dienen. Dit is jouw ‘last post’.







873 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven